Gaan online cursussen het klassieke onderwijs vervangen?

Is dit de collegezaal van de toekomst?

Digitale lesmiddelen en online onderwijs rukken op, met als vlaggenschip: de MOOC. Gaan deze massale open online cursussen het klassieke onderwijs vervangen?

In de afgelopen jaren heeft online leren een flinke boost doorgemaakt. Het meest in het oog springen de Massive Open Online Courses (MOOCs). Dit zijn cursussen die je online volgt. Filmpjes vervangen hoorcolleges, je discussieert op fora in plaats van werkcolleges en examens maak je online. De belofte was aanvankelijk groot: gratis onderwijs voor iedereen. Wat tot voor kort exclusief voor de geprivilegieerde studenten van Yale en Harvard was, werd toegankelijk voor studenten in de slums van Calcutta en de favelas van Sao Paulo. Bovendien zou online onderwijs het klassieke model voorbij kunnen streven in effectiviteit. Maar wat blijft er over van de MOOC nu de gimmick eraf is?

Trechtereffect

De TU Delft startte in 2013 met het maken van MOOCs. Een belangrijke reden voor de universiteit om in deze online cursussen te investeren (het maken van een MOOC is een kostbare aangelegenheid) was internationale marketing van de universiteit. Volgens Willem van Valkenburg, ontwikkelaar van MOOCs aan de TU Delft, is die opzet geslaagd. ‘Onze MOOC Solar Energy draait nu voor de vierde keer. Er hebben 200.000 studenten deelgenomen aan de cursus. Dit heeft ook geleid tot extra internationale studenten, vooral uit Amerika. 12 procent geeft aan voor de inschrijving een MOOC van de TU Delft te hebben gevolgd.’

Hoewel zich voor een populaire MOOC tienduizenden mensen inschrijven, begint slechts de helft van de inschrijvers en rondt 5 procent de cursus af. Van Valkenburg noemt het een trechtereffect en hij betreurt het niet. ‘Uiteindelijk zijn het nog steeds honderden studenten die slagen voor de cursus.’

Massale hoorcolleges

Van Valkenburg ziet innovatie van het onderwijs ook als reden om in MOOCs te investeren. ‘Het succes van onze MOOCs heeft de aandacht gevestigd op onderwijsinnovatie,’ zegt hij. Daarbij sluit online onderwijs aan bij de verwachtingen van studenten en is het een oplossing voor het explosief groeiende aantal studenten. ‘De groei van het aantal studenten is groter dan er nieuwe collegezalen gebouwd kunnen worden,’ zegt Van Valkenburg.

Dit laatste punt illustreert de inzet van online onderwijs als lapmiddel voor problemen die ontstaan door de massaliteit van sommige studies. Docenten van opleidingen als psychologie, rechten en geneeskunde geven college aan honderden studenten tegelijk. Dit maakt het onmogelijk om iedere student persoonlijke aandacht te geven. MOOCs kunnen hier uitkomst bieden. Interactie op een forum is nog altijd beter dan geen interactie.

Beter onderwijs

Online middelen kunnen het onderwijs ook verbeteren. ‘Kennisoverdracht gaat online veel beter dan in een hoorcollege,’ zegt Van Valkenburg. ‘In een hoorcollege is het tempo aangepast aan de gemiddelde student. Voor de een gaat het te snel, voor de ander te langzaam. Online kan iedere student het in zijn eigen tempo doen en een eigen leerpad uitstippelen. Als ze uiteindelijk maar bij hetzelfde doel uitkomen.’

Van Valkenburg ziet ook voordelen voor de docent. ‘Het opnemen van de colleges kost in eerste instantie veel werk, maar daarna kost het opnieuw draaien van het college hen geen tijd,’ zegt hij. Zo kunnen ze hun tijd steken in wat je meer menselijke onderdelen van het onderwijs kunt noemen: persoonlijke aandacht voor studenten, discussies en werkgroepen leiden. Ook helpt een MOOC docenten bij het vestigen van een naam. ‘Onze docenten worden wereldwijd herkend doordat mensen hun MOOCs hebben gevolgd,’ zegt Van Valkenburg. ‘Dat kan helpen bij het vestigen van hun naam in de wetenschap.’

Dynamiek van collegezaal ontbreekt

Erik Kwakkel, boekhistoricus en hoogleraar aan de Universiteit Leiden, ziet het maken van een MOOC niet zo zitten. Dat terwijl Kwakkel online communicatie ziet als een belangrijk onderdeel van zijn werk. Zijn Twitter– en Thumblrberichten, filmpjes en blog over Middeleeuwse boeken en letters bereiken tienduizenden mensen over de hele wereld. Ook maakte hij een serie filmpjes voor de Khan Academy en is hij geregeld in binnen- en buitenlandse media te zien. Hij vervlecht dit soort activiteiten in zijn eigenlijke onderzoekswerkzaamheden. ‘Het is mijn missie om meer mensen de interesse voor het Middeleeuwse boek bij te brengen,’ verklaart hij zijn inspanningen.

Kwakkels keuze om geen MOOC te gebruiken als middel om zijn studenten te onderwijzen komt dan ook niet voort uit conservatisme. ‘Als je opnieuw zou nadenken over het beste onderwijs, zou je uitkomen bij de manier waarop we het al honderden jaren doen,’ zegt hij. ‘Goed onderwijs is voor mij een dialoog. Ik zie tijdens mijn colleges of mijn studenten me begrijpen of niet. Soms moet ik hetzelfde nog eens in andere woorden uitleggen of komen we door een grap of kwinkslag tot een nieuw inzicht. Die dynamiek ontbreekt in een MOOC. Je moet als docent gokken op welk niveau je student is. Als je verkeerd gokt, valt heel je college in duigen.’

Tegelijk realiseert Kwakkel zich dat zijn opvatting over onderwijs misschien vooral geldt voor de geesteswetenschappen. ‘Mijn colleges zijn kleinschalig en ik maak ze elke keer anders. Ik kan me voorstellen dat het bij sommige studies in Delft of bijvoorbeeld bij geneeskunde wel goed werkt. Daar kan de MOOC een vervanging zijn voor de massale hoorcolleges die over basiskennis gaan.’

Studiepunten voor het volgen van MOOCs

Inmiddels hebben MOOCs een officiële status veroverd in het onderwijs van de TU Delft. ‘Studenten kunnen in hun keuzeruimte MOOCs van een aantal buitenlandse universiteiten volgen,’ vertelt Van Valkenburg. ‘Zo kunnen ze vakken volgen die we in Delft niet aanbieden. Soms moeten ze nog wel op de campus hun examen afleggen om aan de eisen van de examencommissie te voldoen.’

Door deze accreditatie ontstaat er wel het gevaar dat MOOCs minder open worden. De studiepunten die je ervoor krijgt, zijn alleen geldig bij universiteiten die elkaar erkennen. Zo kan iedereen weliswaar colleges van Harvard en Yale volgen, maar krijg je de erkenning in de vorm van studiepunten alleen als je ingeschreven staat bij een topuniversiteit. Alsof je plaatsneemt op de publiekstribune.

Hoe het onderwijs van de toekomst eruit ziet? ‘De groei van online onderwijs zal verder doorzetten,’ verwacht Van Valkenburg. ‘Vooral hoorcolleges zullen in toenemende mate vervangen worden door online colleges. Het onderwijs wordt steeds meer blended, een mix van online en offline. Maar onderwijs heeft natuurlijk ook een vormend karakter, zeker in de bachelorfase. Studenten ontwikkelen zich van scholier naar volwassene en daar blijft het contact met docenten belangrijk voor. Interessant genoeg zie je tegelijk met de opkomst van online onderwijs het belang dat studenten hechten aan de campus als ontmoetingsplek steeds verder toenemen. De universiteitsbibliotheek zit steeds voller.’

Kennis maken met Dentallect? KLIK HIER

Gaan online cursussen het klassieke onderwijs vervangen?2017-09-11T10:05:21+01:00

Het belang van de meldcode en tuchtrecht

Het belang van de meldcode en tuchtrecht

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft uitspraak gedaan in een zaak waarbij een tandarts melding had gedaan van kindermishandeling/verwaarlozing vanwege een extreem slechte gebitstoestand van een kind. De moeder vindt dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld en heeft hierover een klacht ingediend.

Situatie
Een moeder heeft in mei 2016 voor haar vijfjarig kind een afspraak gemaakt bij een tandarts, omdat het kind last had van een dikke wang en/of pijn aan zijn kiezen. De moeder is niet eerder met het kind bij de tandarts geweest, maar wel met twee broers van het kind, die toen ernstige klachten hadden. De ene broer is in 2007 verwezen naar de kaakchirurg voor extractie van zes zeer carieuze melkelementen en is in 2015 in de praktijk behandeld voor een gecaviteerde laesie. De andere broer is in 2012 eenmaal in de praktijk geweest en is toen verwezen naar de kaakchirurg voor extractie van acht zeer carieuze melkelementen.

Bij het consult bleek dat het kind een groot abces had, waardoor hij zijn mond niet helemaal kon openen. Op een kaakoverzichtsfoto waren 16 carieuze elementen te zien, waarvan bij sommige de cariës tot aan de pulpa was voortgeschreden. Volgens de tandarts werd de dikke wang veroorzaakt door een pulpanecrose. Het kind kreeg een antibioticakuur voorgeschreven en is doorverwezen naar een kaakchirurg.

De tandarts heeft de moeder aangesproken op de extreem slechte toestand van het gebit en heeft aangegeven dat zij zou gaan onderzoeken hoe het kwam dat alle drie de kinderen zo’n slecht gebit hadden. Daarop is de moeder boos geworden.

De tandarts heeft vervolgens op advies van de KNMT contact opgenomen met Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Veilig Thuis. Op aanraden van Veilig Thuis heeft ze daar een melding van kindermishandeling/verwaarlozing gedaan. Veilig Thuis heeft de melding aan de moeder doorgegeven en is een onderzoek gestart en op huisbezoek geweest.

Klacht
Volgens de moeder heeft de tandarts onzorgvuldig gehandeld door de melding bij Veilig Thuis te doen. Ze heeft daarmee de moeder zwartgemaakt en vals beschuldigd. De moeder staat nu voor vijf jaar geregistreerd bij Veilig Thuis. De tandarts zou niet zijn ingegaan op de vraag van de moeder hoe het kwam dat het kind zo’n slecht gebit had. De tandarts heeft volgens haar nagelaten een volwassen gesprek met haar te voeren.

De tandarts heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden.

Beoordeling
Sinds 1 juli 2013 is de Wet Verplichte meldcode bij huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. De KNMT heeft in december 2015 een Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld opgesteld. In de Meldcode wordt toegelicht dat onder kindermishandeling ook tandheelkundige verwaarlozing wordt verstaan. In de Meldcode worden de stappen genoemd die een tandarts moet doen, voordat hij tot een melding overgaat. Dit zijn:

  1. signalen in kaart brengen
  2. advies vragen aan een collega of aan Veilig Thuis
  3. praten met de patiënt en/of zijn naasten
  4. aard, ernst en risico wegen
  5. zelf hulp organiseren of melding doen.

Het College vindt dat de tandarts tekort is geschoten met betrekking tot stap 3. De zorgverlener moet toestemming hebben van de patiënt en/of zijn naasten om zijn gegevens te verstrekken aan Veilig Thuis. De tandarts had ook nog contact op moeten nemen met de ouders en zaken als poetsgedrag en voedingspatroon van het kind moeten bespreken. Ze had moeten bekijken of er andere maatregelen mogelijk waren om de situatie te verbeteren.

Het College twijfelt niet aan de beste bedoelingen van de tandarts. Ze maakte zich terecht zorgen over de gebitstoestand van het kind. De onderzoeksresultaten van Veilig Thuis bevestigen kindermishandeling op grond van ‘lichamelijke verwaarlozing’. De tandarts heeft de moeder dus niet zwartgemaakt of vals beschuldigd. De KNMT en Veilig Thuis hebben beide de tandarts niet gewezen op de Meldcode, maar het is de eigen professionele verantwoordelijkheid van een tandarts om op de hoogte te zijn van de wettelijk verplichte hantering van de Meldcode en deze na te leven.

Uitspraak
De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. Het College legt een maatregel van waarschuwing op. Om de Meldcode meer bekendheid te geven onder tandartsen , wordt de uitspraak ter publicatie aangeboden aan een aantal vakbladen.

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

Bron:
Tuchtrecht

Bron

Dentalinfo.nl

Naar de webshop

Het belang van de meldcode en tuchtrecht2017-09-11T09:21:02+01:00

Praktijkmanagement account vernieuwd

Praktijkmanagement account vernieuwd

Op verzoek van velen en in navolging op de erkenning als officieel MBO4 onderwijsinstelling heeft Dentallect het Praktijkmanagement account vernieuwd.

In het account treft u nu volledig kosteloos PAK1 – Basis start tandartspraktijk. Dit pakket kunt u ook kosteloos uitdelen aan nieuw op te leiden medewerkers. Het pakket heeft het voordeel dat medewerkers die opgeleid willen worden aan de hand van het pakket tot een oordeel kunnen komen of de mondzorg passend is voor hun. De tandartsopleider kan op zijn beurt aan de hand van de studieresultaten zich een indruk vormen van de leersnelheid en motivatie van de nieuw op te leiden medewerker. Hiernaast is de nieuw op te leiden medewerker na het afronden van dit pakket bekend met de basisterminologie en de basisbegrippen binnen de tandheelkunde.

Naast het genoemde pakket zijn nog enkele andere modulen die van dienst kunnen zijn kosteloos verkrijgbaar, zoals bijvoorbeeld IGZ protocollen en checklists.

Het merendeel van de Dentallect modulen zin verkrijgbaar met een prijsreductie van doorgaans 40%.

Het praktijkmanagementaccount is handig om direct medewerkers in de praktijk mee op te leiden en eventueel aansluiting te geven op een erkende MBO4 opleiding.

Voor meer informatie bekijkt u de brochure of gaat u direct naar de webshop.

Totaal Account Dentallect

DOWNLOAD HIER de brochure praktijkmanagement account

Naar de webshop

Praktijkmanagement account vernieuwd2017-07-24T12:36:41+01:00

Dentallect ontvangt het NRTO-keurmerk

Persbericht: Dentallect ontvangt het NRTO-keurmerk

Persbericht | Delft, 19 januari

Dentallect ontvangt het NRTO-keurmerk

Dentallect heeft op 10 januari 2017 het NRTO-keurmerk ontvangen. Het NRTO-keurmerk is een onafhankelijke erkenning voor kwaliteit en professionaliteit in de private opleidingenmarkt. Het NRTO-keurmerk wordt afgegeven door de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO), de brancheorganisatie voor trainen en opleiden.

Een onafhankelijke, externe certificerende instelling heeft tijdens een audit vastgesteld dat Dentallect voldoet aan de kwaliteitseisen van het NRTO-keurmerk. Hiermee kan Dentallect aantonen dat hij voldoet aan hoge eisen voor transparantie over producten en diensten, adequate dienstverlening, professionele omgang met klanten en deskundigheid van het personeel.

Keurmerk geeft zekerheid bij de keuze voor een aanbieder Private opleidingsbureaus, onderwijsinstellingen en exameninstituten hebben een breed en divers aanbod aan opleidingsvormen, -technieken en -instrumenten. Deze diversiteit is de kracht van de private opleidingsbranche. Het NRTO-keurmerk fungeert in de opleidingenmarkt als een teken van kwaliteit en professionaliteit. Het geeft consumenten en bedrijven zekerheid bij de keuze voor een opleidingsinstituut, trainingsbureau, EVC-aanbieder of examenaanbieder.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noot voor de redactie Voor meer informatie kunt u contact opnemen via email: [email protected]

Dentallect ontvangt het NRTO-keurmerk2017-07-24T12:34:47+01:00

Werknemers leren vaker met e-learning en meer van elkaar

Werknemers leren vaker met e-learning en meer van elkaar

E-learning als opleidingsvorm neemt snel in populariteit toe. Dit heeft ook gevolgen voor de manier waarop er wordt geleerd. Dat blijkt uit onderzoek dat jaarlijks door NIDAP wordt uitgevoerd. Volgens 200 HR managers uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven wordt er ook steeds meer geleerd door werknemers. Belangrijke trends anno 2016 zijn meer kennis met elkaar delen en het meer begeleiden en coachen van elkaar. De verwachting is dat het aantal deelnemers aan opleidingen en trainingen verder groeit in 2016.

Digitaal leren maakt sterke opmars in de zorg.

Vooral binnen de zorg zal digitaal leren sterk toenemen. Volgens werkgevers gaat dit ten koste van het klassikale leren. Het leren binnen financiële instellingen wordt  aangedreven door veranderingen in wet- en regelgeving. Directies verwachten vooral dat investeren in e-learning betekent dat werknemers sneller met veranderingen kunnen meegaan. Maar de besparing op opleidingskosten speelt ook mee.

Bijna de helft van de grotere organisaties heeft een eigen bedrijfsschool (academy). De verwachting is dat het zelf intern ontwikkelen van opleidingen verder zal toenemen. De ondervraagde werkgevers willen dat aanbieders van opleidingen en trainingen daar een actieve rol bij gaan spelen.

Bureau NIDAP voert in samenwerking met opleidingsvergelijkingssite Springest jaarlijks onderzoek uit naar de leervoorkeuren van werkgevers, studenten en werkenden.

Werknemers leren vaker met e-learning en meer van elkaar2017-05-23T10:21:31+01:00

Dentallect is door het Ministerie van Onderwijs officieel erkend voor de opleiding MBO-4 Tandartsassistent

Dentallect is door het Ministerie van Onderwijs officieel erkend voor de opleiding MBO-4 Tandartsassistent

Dentallect is door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap officieel erkend om de mbo-4 opleiding Tandartsassistent aan te bieden. Ze mag hiermee diploma’s verstrekken onder de Wet Erkend Beroepsonderwijs (WEB). Het diploma biedt civiele erkenning en de mogelijkheid door te stromen naar het hbo. Dentallect heeft de erkenning verkregen voor 2 opleidingsvarianten, namelijk de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en de 3e leerweg. De opleiding is opgebouwd uit een unieke mix van klassikaal onderwijs, video e-learning en webinars en kent belangrijke deelcertificaten.

Achtergrond

Dentallect is sinds 2012 actief binnen het onderwijswezen en is ontstaan vanuit de Delftse tandartspraktijk De Tandartsengroep. In de afgelopen jaren heeft Dentallect meer dan 50 specifieke modulen ontwikkeld die alle aspecten van het beroep tandartsassistent omvatten. Momenteel maken in totaal zo’n 2000 cursisten, verdeeld over ruim 100 Nederlandse praktijken, gebruik van deze modulen.

De behoefte aan gediplomeerde medewerkers is groot. Dit heeft te maken de met toenemende eisen binnen tandartspraktijken. Ook hebben de beroepsorganisaties KNMT en ANT een duidelijk standpunt ingenomen met betrekking tot de borging van de kwaliteit van tandartsassistenten, hun opleidingsniveau en taakdelegatie.

Om dit nog beter te faciliteren, heeft Dentallect de stap gezet om als erkende opleider diploma’s te mogen verstrekken.

 

Unieke opleidingen

Het studieprogramma bestaat uit een unieke mix van klassikaal onderwijs, video e-learning en webinars. De video’s zijn doelgericht en zeer beeldend. Het onderwijsprogramma is al geruime tijd in gebruik, geëvalueerd door de ruim 2000 cursisten en daarmee sterk doorontwikkeld.

Door deze mix kan de tandartsassistent in spe veelal studeren op tijden die uitkomen en is reistijd sterk beperkt en kunnen de lessen zo vaak herhaald worden als nodig.

 

Deelcertificaten

Dentallect kent zes deelcertificaten, waaronder infectiepreventie en radiologie, die gekoppeld zijn aan examens. Deze deelcertificaten sluiten aan bij de hedendaagse tandartspraktijk en komen volledig overeen met de mbo-4-vereisten. De deelcertificaten blijven 5 jaar geldig, zodat de assistent binnen dat tijdsbestek de mbo-opleiding Tandartsassistent met een officieel erkend diploma kan afronden.

 

2 varianten: BBL en 3e leerweg

De beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Hierbij moet de cursist naast de opleiding ook in een praktijk werkzaam zijn om vaardigheden op te doen en kennis te kunnen toepassen. Deze omleiding duurt 2 jaar en kent urenverplichtingen.

Naast de BBL-opleiding biedt Dentallect ook de 3e leerweg aan. Dit is een nieuwe wettelijke mogelijkheid om een erkend diploma te halen in minder contacturen en leerjaren dan in de beroepsbegeleidende leerweg. Tijdens een intake wordt bepaald of deze opleidingsvorm daadwerkelijk past.

 

Waar en wanneer?

Na de intake en inschrijving kan de deelnemer direct beginnen met het volgen van de lesvideo’s zonder te hoeft te wachten totdat de klassikale lessen beginnen. De klassikale lessen zullen in januari en september op verschillende locaties starten, waarbij de deelnemer kan aansluiten.

Aanvullende informatie: dentalmbo.nl

 

Het persbericht kunt u
HIER DOWNLOADEN als tekst document, inclusief beeldmateriaal.

Dentallect is door het Ministerie van Onderwijs officieel erkend voor de opleiding MBO-4 Tandartsassistent2017-05-23T10:21:31+01:00

E-learning met video’s

E-learning met video’s

Uit een boek leren is passé. Cursisten die praktijkeducatie bij Dentallect volgen, krijgen e-learning aan de hand van video’s. Sherif el Boushy, directeur en tandarts bij
De Tandartsengroep in Delft, zit vol met ambities voor zijn bedrijf.

Wat doet u als u moeite heeft met het vinden van goede assistenten en er veel niveauverschil zit tussen de assistenten die u al heeft? Sherif el Boushy liep hier tegenaan en besloot in 2004 om zijn assistenten zelf te gaan opleiden. Hij maakte boekjes met hoofdstukken over onder meer anatomie, pathologie en vullingen. Hierin, en in het leren met de assistenten, ging nogal wat tijd zitten. El Boushy, naast tandarts ook bedrijfskundige, bedacht of het niet makkelijker kon en kreeg toen een ingeving: “Wat nou als we de lessen opnemen op camera en de assistenten thuis de video’s kunnen bekijken?” Dentallect, een samenvoeging van de woorden dental, intellect en lectures, was geboren.

 

Controle

De eerste video, die El Boushy in 2011 maakte, liet hij zien aan een e-learning specialist, die zijn enthousiasme deelde. Volgens de Delftse tandarts El Boushy was het een heel avontuur om zijn weg te vinden in de wereld van e-learning. Temeer daar al snel bleek dat het hele project te groot, te duur en te intensief was om alleen intern te gebruiken. Sinds 2013 kunnen daarom ook andere praktijken van Dentallect gebruik maken.

Vooral het editen van de video’s viel El Boushy zwaar: “Een monsterklus”. Omdat het om het opleiden van assistenten gaat, luistert het ook nog eens heel nauw. Een foutje is zo gemaakt, dus worden de video’s gecontroleerd door andere tandartsen. In ongeveer de helft van de video’s is El Boushy zelf docent, de andere video’s worden gedoceerd door een andere collega, specialist of professional. Enkele bekende namen die El Boushy aan Dentallect heeft weten te binden: Wolter Brands, Dorothé Voet, Jos Deurlo, Baucke van Minnen, Jan Willem de Boer, Sjoerd Kuiken en Astrid van Zon. “Ik probeer echt iemand te vinden die expertise heeft, maar dat is vaak onvoldoende. Mensen moeten ook didactisch een goed verhaal kunnen brengen.

Tot slot zorgt de chemie die ze met mij hebben dat het uiteindelijk een goed product wordt”, aldus El Boushy.
Behalve het monteren van de video’s kost ook het maken van goede toetsvragen veel tijd. Die moeten betrouwbaar zijn en er moeten geen vragen tussen zitten waarover discussie kan ontstaan. Ook op het gebied van design en vormgeving komt veel kijken, maar dat heeft El Boushy uitbesteed. Behalve een cameraman heeft hij een onderwijskundige in dienst, een programmeur die de website onderhoudt en iemand die de e-learningmodules ontwerpt. De afgelopen jaren was El Boushy drie à vier dagen per week met Dentallect bezig, daarnaast behandelt hij nog patiënten.

Modules

Dentallect heeft ongeveer vijftig modules over verschillende onderwerpen. Elke module bevat, naast een lesvideo van doorgaans een uur, zo’n honderd vragen waarvan het systeem er per keer willekeurig 25 vragen uitkiest. Op die manier zijn de toetsen dus steeds anders als je ze vaker maakt. De werkgever, die ook het account beheert, bepaalt in overleg met de medewerkers welke modules zij doen.

Om weerstand voor thuiswerken weg te nemen, krijgen medewerkers in de praktijk van El Boushy per module twee uur werktijd cadeau. Een tandarts kan zijn medewerkers volgen aan de hand van een leerlingvolgsysteem. Zo kan hij precies zien met welke module iemand bezig is geweest, hoe lang en welk cijfer er is behaald. Dentallect richt zich voornamelijk op assistenten. De cursussen zijn dus niet op academisch niveau, maar sommige modules kunnen volgens El Boushy ook voor tandartsen interessant zijn. Bijvoorbeeld die over infectiepreventie. Momenteel maken er in totaal zo’n tweeduizend mensen, verdeeld over ruim honderd praktijken, gebruik van de cursussen. De video’s worden opgenomen in de praktijk van El Boushy. Op dit moment wordt er een aparte studio gebouwd waar de presentatielessen worden gegeven. Daaronder verstaat El Boushy de lessen die niet in een behandelkamer opgenomen hoeven te worden. Cursisten krijgen niet alleen standaard meerkeuzevragen voorgeschoteld. Ze krijgen ook animaties te zien van bijvoorbeeld een kaak waarbij ze vervolgens de juiste naam van elk onderdeel moeten zoeken.

Dentallect maakt verder in de lessen gebruik van open bronnen zoals YouTube. El Boushy: “Er zijn op YouTube uitstekende video’s te vinden en daar linken we wel eens naartoe, als extra verdieping.”
Op de site van Dentallect worden de voordelen van e-learning op een rij gezet: men kan 24/7 van de cursussen gebruik maken, de cursussen op eigen tempo volgen, onbeperkt herhalen, er is geen reis- en wachttijd en het is beeldender dan leren uit een boek. Maar zitten er ook nadelen aan? El Boushy: “Een nadeel is dat sommige mensen graag contact willen met leraren of andere cursisten en dat gaat met honderd procent
e-learning niet. Daarnaast moeten de gebruikers discipline hebben om de cursus thuis te volgen. Een ander nadeel kan zijn dat er goede afspraken moeten worden gemaakt over vergoedingen als assistenten een cursus in hun eigen tijd moeten doen.”

Verandering

Voor zichzelf vindt El Boushy een nadeel dat de modules regelmatig moeten worden geüpdatet. De meeste lessen, zoals anatomie of pathologie, zijn vrij klassiek en niet aan verandering onderhevig. Maar sommige lessen zijn dat wel, bijvoorbeeld de module over infectieleer, waarbij de nieuwe Richtlijn Infectiepreventie onlangs is ingegaan. De docent van de betreffende video neemt daarin de verantwoordelijkheid om het onderwerp up to date te houden. El Boushy’s ervaring is dat zwakkere leerlingen vaak baat bij hebben bij e-learning. “Een docent in de klas is vaak ongeduldig. Hij houdt zich liever bezig met de slimmere leerlingen en laat hen het tempo bepalen. Zwakkere leerlingen kunnen nu thuis de video nog een keer bekijken en de vragen maken. Niets is zo geduldig als de computer.”

Concurrentie

Dentallect treedt niet actief naar buiten om cursisten te werven. Er wordt alleen eens per maand een nieuwsbrief verstuurd. Vorig jaar bedroeg de omzet zo’n 180.000,- euro. Niet bijster veel, geeft El Boushy toe. “Eigenlijk is het onmogelijk daarmee een platform op een niveau als dat van Dentallect mee te bekostigen.” Een bekende concurrent van Dentallect is CME-online van E-wise. El Boushy denkt dat Dentallect veel rijker is in de manier waarop ze modules aanbieden. Ook ACTA heeft met ACTA Dental Education een klassikaal praktijkeducatiesysteem voor assistenten. En dan is er nog Edin, dat onlangs een mbo-4 erkenning kreeg, al ziet El Boushy Edin niet zozeer als concurrent omdat ze geen e-learning aanbiedt maar dagcursussen.

Mbo 4-erkenning

El Boushy heeft de ambitie om met Dentallect erkende mbo-4 diploma’s te mogen afgeven. Er wordt al een tijd gediscussieerd over het feit of tandartsassistenten over een wettelijk erkend mbo-4 diploma moeten beschikken. “Als particulier opleider kun je erkenning van de overheid krijgen als je het kwalificatiedossier afdekt. Dentallect dekt momenteel het kwalificatiesysteem voor meer dan negentig procent af. We kunnen de komende tijd dus de laatste sprint gaan maken om ook een wettelijk erkende mbo-4 opleiding te worden.”

Een voordeel van de mbo-4 vindt El Boushy dat er eisen zijn ten aanzien van de examinering. Hij denkt dat Dentallect op dat gebied de stevigst toetsende partij in de markt is. “Overal in Nederland kan een assistent een cursus doen. Ze kan de hele dag slapen en aan het eind van de dag krijgt ze haar diploma omdat ze aanwezig was. Bij Dentallect werkt het zo niet, omdat je de toets goed moet maken. Dan pas krijg je je certificaat.” Een lastig punt is nog wel dat de toets in een gecontroleerde omgeving moet worden gemaakt om een mbo-4 erkenning te krijgen, en dat kan momenteel nog niet.

Verder is het zo dat het product inmiddels bijna volledig is, vertelt hij. “Ik wilde de opleiding voor de tandartsassistent compleet hebben en dat is nu bijna het geval. Hierna ga ik bekijken of ik me op een andere markt wil richten, bijvoorbeeld die van de tandarts of mondhygiënist.”

Bron:  NT – Nederlands tandartsblad
Tekst: Laura Jansen en Reinier van de Vrie, foto: Dentallect

E-learning met video’s2017-05-23T10:21:31+01:00

Waarom leiden protocollen niet altijd tot een goede samenwerking?

Waarom leiden protocollen niet altijd tot een goede samenwerking?

Aanbod voor praktijken

Protocollen alléén leiden niet direct tot een goede samenwerking, maar zijn wel zeer gewenst. Om praktijken hierin te ondersteunen, stellen we in het kader van de nieuwe WIP-richtlijn meerdere ‘ruwe WIP protocollen’ en voorbeeldprotocollen beschikbaar. Tevens kunt u de E-learning ‘IGZ protocollen en checklists’ bekijken. Zowel de protocollen als de E-learning worden u kosteloos aangeboden in samenwerking met Dentallect en het Praktijk in Orde Keurmerk. Door uw naam en e-mail adres te sturen naar [email protected] krijgt u de protocollen en de E-Learning toegestuurd.

Binnen tandartspraktijken wordt soms te veel de nadruk gelegd op het opstellen van protocollen en de verwachting dat het team alle afspraken direct zal opvolgen. Dit leidt niet altijd tot het gewenste gedrag en soms zelfs tot weerstand. Dit artikel geeft aan waarom protocollen of kwaliteitssystemen alléén niet tot een goede samenwerking leiden.

Door de nieuwe WIP-richtlijn gaan veel praktijken hun protocollen aanpassen. Binnen tandartspraktijken wordt soms te veel de nadruk gelegd op het opstellen van protocollen en de verwachting dat het team alle afspraken direct zal opvolgen. De protocollen of kwaliteitssystemen leiden niet altijd tot het gewenste gedrag en soms zelfs tot weerstand. Dit artikel geeft aan waarom protocollen of een kwaliteitssysteem alléén niet tot een goede samenwerking leiden.

 

Wat is het doel?

Het opstellen van protocollen of een kwaliteitssysteem wordt binnen praktijken nog al eens verheven tot het doel. Echter, het gebruik hiervan is puur een middel om de afgesproken werkwijze vast te leggen. Het doel van de praktijk is een goede sfeer en samenwerking binnen het team, waarbij de afgesproken werkwijze wordt gevolgd.

Bovenstroom en onderstroom
Waarom leiden protocollen of een kwaliteitssysteem niet altijd tot een goede samenwerking en leveren zij soms zelfs weerstand op? Belangrijk voor praktijkhouders is een juiste balans te vinden tussen de bovenstroom en onderstroom binnen de praktijk.

  • De bovenstroom is gericht op het bedrijfsmatig denken in onder andere doelen, plannen en afspraken. Deze stroom gaat uit van de management illusie: het hele proces van organiseren kan worden beheerst, de boel kan in de greep worden gehouden door er bovenop te zitten.

  • De onderstroom daarentegen gaat uit van de aanname dat het proces van organiseren op zijn beloop gelaten kan worden en wordt gekenmerkt door menselijke behoeften als zelfstandigheid, erkenning en respect.

De bovenstroom en onderstroom zijn communicerende vaten: naarmate er meer druk komt uit de bovenstroom op de ene plaats, zal er meer tegendruk komen uit de onderstroom op een andere plaats. Door alles vast te leggen in protocollen of een kwaliteitssysteem (= bovenstroom) ontstaat bureaucratie. Door te veel te vertrouwen op de professionaliteit van het team (= onderstroom) ontstaat willekeur.

 

Rol van de praktijkhouder

De balans tussen de bovenstroom en onderstroom is bepalend voor de sfeer en samenwerking. Kortom, het opstellen van protocollen of een kwaliteitssysteem zijn zeker van toegevoegde waarde voor een praktijk. Als tegenhanger kan een praktijkhouder via de volgende vragen voor zichzelf vaststellen of er ook voldoende aandacht wordt gegeven aan de onderstroom.
1.   Geeft u uw team vertrouwen?
2.   Toont u respect voor de medewerkers?
3.   Bent u oprecht in uw handelen en uw gedrag?
4.   Geeft u constructieve feedback?
5.   Bent u eerlijk naar iedere medewerker (/ eerlijk spel spelen)?
6.   Heeft u aandacht voor het team en het teamproces (/ teamgerichtheid)?

Conclusie en advies

Uit onderzoek* zijn deze zes ‘onderstroom’ waarden afgeleid, die in succesvolle organisaties zeer vaak aanwezig blijken te zijn. Mijn advies aan praktijkhouders is dan ook deze waarden niet te onderschatten in het verbeteren van de sfeer en samenwerking binnen een praktijk, en vooral niet alleen te vertrouwen op de protocollen of het kwaliteitssysteem.

*Bron: Dit artikel is mede gebaseerd op het boek ‘Veranderdiagnose. De onderstroom van organiseren.’ van Rob van Es. (Wolters Kluwer Business, 2008.)

 

Waarom leiden protocollen niet altijd tot een goede samenwerking?2017-05-23T10:21:31+01:00

E-learning: content is king

E-learning: content is king

Organisaties voorzien dat een kwart van het opleidingsbudget wordt uitgegeven aan e-learning. Zo blijkt uit onze 23e meting onder HR directeuren en opleidingsverantwoordelijken.

De E-learning budgetten in organisaties in Nederland met 100 of meer werknemers zijn in twee jaar met 15% gestegen  [bron: NIDAP 2015]

Groei-e-learning-2015

We weten niet precies waar dit geld aan uit wordt gegeven, zelfs niet óf het wel allemaal wordt uitgegeven stelt Paul van der Wal van NIDAP. Wat we wel zien is dat organisaties na jaren van afwachten nu en masse stappen zetten richting online leren. Het heeft wel een jaar of 15 geduurd voordat alle lichten op groen stonden : qua gebruikersvriendelijkheid, investering, snelheid, acceptatie door management en [HR] en leeropbrengst per medewerker. Maar nu zijn alle remmen los.

E-leervormen domineren in elke organisatiegrootte [Bron: Training Magazine 2014, N=998, alleen VS] 

Leervormen-global-20141

 

Content is king

Dat riep Bill Gates in 1996 [Content Is King]. De wereldwijde markt wordt voor e-learning wordt door LMS aanbieder DOCEBO geschat op 51 mld dollar. West-Europa is in 2016 naar schatting goed voor 8,6 mld dollar. Voor bedrijfsinterne kennis en informatie zijn eigen leeromgevingen noodzakelijk. Beveiliging, privacy en kennismanagement zijn daarbij essentiële voorwaarden. Bij e-learning platforms voor de retailmarkt, wij als consumenten, gaat het vooral om [directe] toepasbaarheid en een lage prijs. Zowel voor organisaties als consumenten is content king.

De wereldwijde markt voor E-learning groeit in 2016 met meer dan 4 miljard dollar [bron: DOCEBO 2014].

Grafiek-wereldwijd-e-learning-2

Bigger is better: reputatie boven specialisme

Het is een ontwikkeling die ook buiten het veld van online leren speelt: de bekendheid en reputatie van de leverancier is bepalend voor de groei. De keuze voor een online leeromgeving en content leverancier door zowel organisaties als consumenten zijn dit kernwaarden waarop gestuurd wordt. HEMA is succesvol in e-learning omdat het haar naam verbindt met de juiste content en toegankelijke leeromgevingen. E-learning van Linda.com kennen we als onderdeel van Linkedin.

De belangrijkste MOOC plaforms en pioneers. [Bron: Ronald Berger 2014]

moocs-2014

Van technische vaardigheden naar soft skills vaardigheden

Ook iets wat velen voor onmogelijk hielden: vaardigheden op het gebied van leidinggeven, communicatie en sales door middel van online leren. We zien het in onze eigen onderzoeken, maar gelukkig ook daarbuiten: werd online leren vooral gebruikt voor IT opleidingen, veiligheid op het werk en compliance, nu zien we dat ook managers op deze manier leiderschapsvaardigheden bijleren. Grote groepen verkopers, nieuwe call center en baliemedewerkers volgen op deze manier communicatieve vaardigheids- en bedrijfsintroductieprogramma’s. Al dan niet in combinatie met contactonderwijs of een training.

Het opleidingsbeleid bij grote organisaties in Nederland legt de nadruk meer op vaardigheden dan kennis  [bron: NIDAP 2015]

Kennis-Vaardigheden-2015

Van online leren naar on demand leren

Het lijkt een logische stap en dat is het ook. De nieuwe generatie professionals vindt het heel normaal om kennis en vaardigheden te leren van de tablet of telefoon. Zowel online uitgevers, Google en social media bedrijven spelen hier handig op in met instructievideo’s, interactieve manuals en online colleges. Slim gemaakt, stapelbaar en zelfs leidend tot een certificaat of bewijs van deelname, overal en altijd. Tegen een lage aankoopprijs als product voor de [internationale] massa of betaald door de werkgever of bijvoorbeeld de ZZP-professional voor meer specifieke programma’s. Een business suite abonnement op Linda.com kost betrekkelijk weinig geld en geeft recht op meerdere opleidingen en trainingen.

Waar het verder heen gaat?

Ik besluit met de woorden van Gates [ook uit dat eerdergenoemde artikel van hem]: geen enkel bedrijf is te klein om mee te doen. Alleen al Europa telt meer dan 4000 bedrijven groot en klein dat actief is met allerhande e-learning dienstverlening, content en technologieën. Investeerders en aandeelhouders wacht een periode van interessante fusies, overnames en beursgangen.

Bezuinigen

Door het nieuwe onderwijsprogramma en de bezuinigingen moet er worden gereorganiseerd. Hoe dit eruit gaat zien is nog onduidelijk.

Bron:  nidap.nl

E-learning: content is king2017-05-23T10:21:31+01:00

Digitaal leren populair – Werkgever betaalt graag mee

Digitaal leren populair – Werkgever betaalt graag mee

Bijna 70% van de werkgevers betaalt mee aan een opleiding of training die een werknemer wil volgen. Dit blijkt uit de nieuwste opleidingsmonitor van NIDAP in samenwerking met opleidingsvergelijkingssite Springest. Uit de monitor blijkt ook dat gemiddeld 40% van de professionals denkt dat hij nog inzetbaar is over vijf jaar zonder een opleiding of training te volgen.

Gemiddeld betaalt bijna 70% van de werkgevers mee aan de opleidings- of trainingswens van de professional. Werkgevers in de financiële sector doen dat nog vaker als een werknemer een opleiding wil volgen. De overheid en industriële sector zijn het meest bereidwillig om mee te betalen aan trainingen.

Financials en professionals in zorg en ICT/media meest onzeker over hun inzetbaarheid

Gemiddeld 40% van de professionals verwacht nog inzetbaar te zijn over vijf jaar zonder zich te scholen. Vooral werkenden in de financiële sector, de zorg en ICT/media zijn onzeker over hun inzetbaarheid over vijf jaar. De verwachting inzetbaar te blijven, is bij werknemers in de bouw, het transport en de handel/horeca momenteel het grootst.

Digitaal leren populair

Digitaal leren rukt verder op. Uit het onderzoek blijkt dat nog maar een kwart van de professionals geheel zonder e-learning wil leren. De combinatie van klassikaal onderwijs en e-learning heeft bij zes van de tien werknemers de voorkeur. 10% van de professionals wil uitsluitend digitaal leren.

NIDAP is een bureau dat meer dan 20 jaar onderzoek doet naar opleidingen, onderwijs- en cursus/trainingsmarkten, cursisten, studenten en werkgevers. Ieder jaar onderzoekt NIDAP de open en bedrijfsspecifieke opleidings- en trainingsbehoefte van werkenden, werkzoekenden en werkgevers in Nederland. Het bovengenoemde onderzoek is uitgevoerd onder 3000 professionals, werkenden en werkzoekenden op MBO, HBO en WO niveau. Dit onderzoek is in samenwerking met de grootste opleidingsvergelijkingsite van Nederland www.Springest.nl

 

Bron:  nidap.nl

Digitaal leren populair – Werkgever betaalt graag mee2017-05-23T10:21:31+01:00